Op mijn 8e kreeg ik een camera. Die camera was gespaard met wasmiddelzegeltje en daar kon een rolfilm van 6×6 in dus 1 filmpje was goed voor 12 opnames. Ik mocht 1 filmpje per maand schieten. Het filmpje werd ontwikkeld en daar werden contactafdrukken van gemaakt. Het eerste filmpje was in 1 dag vol en later ging ik dus plannen en bedenken hoe ik 12 foto’s per maand ging maken.

Pas in 1974 kocht ik een kleinbeeldcamera, natuurlijk de Oost-Duitse Praktika met de standaard 50mm lens. Het was niet de beste (misschien wel de slechtste) camera die toen verkrijgbaar was. De prijs was niet zo hoog dus het was een populaire camera. Met de planningservaring nog ergens in mijn hoofd verstopt ging ik de Amsterdamse markten, winkels, afbraakbuurten (in gelul kan je niet wonen) zoals de Dapperbuurt vastleggen. 

Dat werden steeds meer (zwart-wit) foto’s en de negatieven heb ik keurig bewaard en zijn nog steeds van uitstekende (technische) kwaliteit. 

In 1976 ging ik naar de Rietveld Academie om de studie ‘Fotografische Vormgeving’ te gaan doen. De hoeveelheid fotomateriaal werd steeds groter en groter.

Vooralsnog bewaarde ik de films in schoenendozen, tasje, koffers en later, toen ik groot was, had ik altijd een archiefkast. Na een tijd ging ik nieuwe films in mappen opbergen. Het werd een bonte verzameling van mappen, schoenendozen en plastic tassen.

Ook de locaties werden uitgebreider. Ik heb een tijd in London gewoond (ook een fotostudie-opleiding gevolgd) en woonde in Fulham, toen helemaal geen dure wijk zoals nu. Daarna fotoshoots door heel Europa, Zuid Amerika, Antarctica en Azië. Het archief werd steeds groter en groter. De ordening daarvan stond enkel in mijn hoofd en ik kon snel alles terug vinden. 

Met de introductie van de digitale fotografie leek het allemaal een stuk makkelijker. Helaas bleek dat al snel tegen te vallen. Opslaan op harde schijven is niet moeilijk. Mijn inzicht in een mappenstructuur wijzigde voortdurend met gevolg dat ik niets zomaar terug kan vinden. Momenteel heb ik 18 TB aan fotomateriaal waarbij veel niet is bewaard en iedereen weet dat harde schijven op den duur stuk gaan. Ik heb overigens nog wel digitaal materiaal vanaf 1996. Een beetje fotograaf had een scanner om analoog materiaal digitaal te maken. De digitale camera’s waren niet bepaald geweldig ten opzichte van de analoge. Mijn eerste redelijk goede digitale camera was de Canon 20D.

Intussen had ik al wel veel oud filmmateriaal weg gedaan maar die kast die bleef. 

Mensen verhuizen wel eens. Ik heb al die tijd het archief mee verhuisd. Pas enkele jaren geleden ben ik door het archief gegaan en heb behoorlijk wat negatieven gedigitaliseerd maar die kast die bleef.

Twee jaar geleden ben ik begonnen met het mailen, bellen en twitteren aan archieven. De reden is/was dat veel fotomateriaal verloren dreigt te gaan omdat veel mensen die vanaf de jaren 60 met goedkopere kleinbeeldcamera’s gingen fotograferen nu oud zijn of al overleden.

De erfgenamen hebben meestal wel belangstelling voor wat fotoboeken maar de negatieven verdwijnen meestal in de container. Daar komt bij dat jonge(re) mensen geen negatieven meer kunnen ‘lezen’ dus ze weten niet wat ze weggooien. Let wel, heel veel foto’s en negatieven kan je ook zo weggooien maar hoe haal je de pareltjes er uit?

De pareltjes zijn in mijn ogen straatbeelden, gebouwen, natuur, infrastructuur en bepaalde menselijke activiteiten zoals werk, amusement en technologie.

Een gewone straatfoto uit 1958 was toen niets bijzonders maar kan dat nu wel zijn vanwege het veranderde straatbeeld. 

Op zich hebben archieven best wel interesse in bepaalde foto’s. Waar ze veel tegen aan lopen is ‘meer van hetzelfde’. Het is razend moeilijk om te bepalen wat nog echt uniek is. De schenker zal dan vooraf moeten beschrijven waar de foto over gaat, als die dat al weet.

Archieven digitaliseren analoog materiaal. Dat is duur en tijdrovend. Dus als iemand een container met fotomateriaal aanbiedt dan zullen ze echt nee zeggen. Het is ondoenlijk dat allemaal uit te zoeken. 

Afgezien daar van is digitaliseren ook geen makkelijke zaak. Zelf kon ik tiff foto’s gemaakt in Photoshop 2 niet meer zien in Photoshop CC. Windows Paint (!) kon dat (nog) wel. Je moet dan foto voor foto inladen en als een ‘nieuwe tiff’ wegschrijven. Als 800 van die tiff’s hebt dan ben je even bezig want batch werkt niet. Hardware en software worden steeds geavanceerder en dus ingewikkelder en wat nu leesbaar is is misschien over 20 jaar onleesbaar.

Die schoenendoos heeft meer kans op een langer leven.

Ik heb mijn materiaal aangeboden aan onder andere het Stadsarchief Amsterdam en The British Antarctic Survey en nog een paar.

Het Amsterdams Stadsarchief reageerde als volgt:

‘Mijn collega en ik vonden dat zich in uw werk mooie foto’s van Amsterdam bevinden maar omdat zich al voldoende vergelijkbaar materiaal in de collectie bevindt hebben we besloten om uw werk niet in de collectie op te nemen. Dit heeft er ook mee te maken dat het aanbod van moderne fotografie erg groot is. Mede omwille van de beperkte mankracht en de kosten die ontsluiting en digitalisering met zich meebrengen zijn we erg kritisch wat betreft de opname van dergelijk materiaal.’

Een begrijpelijk reactie.

The British Antarctic Survey:

‘I’ve had a look at the photos you posted on your website and enjoyed them very much.  We do have a fairly extensive collection of Rothera images from the early 1990s – in part because we did a thorough photographic survey of British Antarctic stations about that time as well as having the photo collections of a number of Survey staff who served at Rothera during that period.’

Mijn foto’s van Antarctica in 1991 hadden ze al omdat zij in dat jaar een uitgebreide collectie hadden aangelegd.

Mijn conclusie: 

Ik heb een historisch archief waar niemand wat aan heeft, inclusief mijzelf dus want die kast moet leeg. Ik doe er zelf ook niets meer mee. Het geeft een mooi tijdsbeeld en dat is het dan. Ik sleep het al 47 jaar met mij mee om een kast mee te vullen.

Oplossingen:

  1. Ik gooi alles zelf in de vuilcontainer.
  2. Bij overlijden doen de nabestaanden hetzelfde.
  3. Ik ga er iets anders mee doen.

Het wordt nummer drie en daarna nummer één.

Ik heb een plexiglas kubus gekocht (een collectebus met gleuven en een slotje) en het wordt een lamp met negatieven en positieven als smaakmaker. U ziet hier de testversie die nog lang niet goed is. Er moet een andere witte soft light ledlamp in. Nu is dat best wel zoeken want de meest hebben batterijen nodig en dat is onhandig. Er zijn overigens ook andere lampen te bedenken met die filmpjes als lampenbehang.

Het project is nu begonnen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest
  • LinkedIn

Wordt vervolgd.

Pin It on Pinterest

Share This

Share This

Share this post with your friends!